• Niki Clerx

Een fictieve vriendin

Zo af en toe ga ik op bezoek bij een fictieve vriendin. Dan pak ik een kop thee, ga in de zon zitten en sluit mijn ogen. Ik klopt op haar deur en wacht tot er iemand open doet. De ene keer moet ik wat langer wachten dan de andere keer, maar vandaag was ze rap. Een verlegen hoofdje met een klein neusje en spleetoogjes kijkt om de deur om te zien wie er aangeklopt heeft en laat me met een beetje tegenzin binnen.

Ze heeft geen tijd voor koffie want ze was bezig. Bedrijvig zet ze een stapel boeken buiten haar woning en struint als een bloedhond verder door haar huisje. Opnieuw komt ze tevoorschijn met wat spullen die in het portaal belanden. Ik vraag haar wat ze aan het doen is. Een beetje geërgerd zegt ze: “ik werk aan een nieuwe identiteit”, terwijl ze doorgaat met het uitpluizen van een mand met magazines. Ik heb de neiging om te vragen of ik weg zal gaan en later terug zal komen. Maar ik besef me ook dat deze vriendin enkel in mijn hoofd bestaat en dat het bizar is om mezelf uit dit grappige scenario te bannen. Dus ik blijf en ik word zelfs wat brutaler. “Kan ik ergens mee helpen?” vraag ik terwijl ik tegen de deurstijl leun en geamuseerd kijk hoe ze haar boekenkast leeg aan het stapelen is.

In de keuken ligt ze met haar hoofd op de tafel te slapen.

Ze kijkt me kort aan en knikt naar een hoek van de kamer, “Maak wat foto’s van die bank en zet hem op Marktplaats. Hij is vandaag gratis op te halen. Daarna kan je hem buitenzetten”. “Maarre…” probeer ik nog, maar geen discussie “Ik wil geen bank meer, geen geluier en gelapswans meer in mijn leven”.


Nadat ik de bank buiten gezet had hield ik me voornamelijk bezig met het stapelen van dozen die zij net volgegooid had met spullen die niet meer bij haar identiteit passen. Spiegels, fotoalbums, kussens, een tapijt, een theepot, wat beeldjes en een hele stapel dvd’s. Het werd steeds duidelijker aan welke identiteit mijn fictieve vriendin aan het werken was. Schilderijen werden vervangen door quotes en romans door managementboeken.


Ondanks dat ik niet geloof in de ongenuanceerde wijze waarop ze alles dat het leven fijn maakt uit haar huis banjerde, moet ik toegeven; ze heeft het goed begrepen. Je bent je ruimte, je raakt besmet waar je je mee omgeeft en de orde en reinheid die zij aanbracht in haar ruimte zou 100% zeker bijdragen aan focus en concentratie. Als er geen rommel is word je er ook niet door afgeleid. Zonder overbodige rommel houd je je ruimte gemakkelijk schoon en opgeruimd. Zonder bank kom je ook niet in de verleiding om even een uurtje te gaan liggen.


Het is al even stil, ze is niet meer in de kamer. In de keuken ligt ze met haar hoofd op de tafel te slapen. Om haar heen ligt een enorme berg enveloppen. Ik kijk op Marktplaats en verwijder de advertentie, schuif de bank weer naar binnen. Ik zoek in de dozen naar kussens, een kaars en een deken en leg de hele serie De zeven zussen op de leuning van de bank. Ik bestel een pizza voor haar en sluip het huis uit. De bel zal haar wel wekken.

Ik open mijn ogen, neem een slok thee, hij is koud. Ik kijk om me heen en word me pijnlijk bewust van al die ditjes en de datjes die in de loop van de tijd mijn huis ingeslopen zijn. Ze heeft gelijk; je bent niet alleen het gemiddelde van de 5 mensen waar je het meest mee omgaat, je bent ook een reflectie van de ruimte waarin je leeft en werkt. En dat ik op klaarlichte dag in de zon ga zitten niksen is natuurlijk de uitkomst van deze gezellige rommelkamer ;-).


Moraal van deze dagdroom


De ruimte om je heen heeft op verschillende manieren invloed op hoe je je voelt en op hoe je je gedraagt:


✢ De bouwkundige ruimte is van invloed, de hoeveelheid licht, de hoogte, de omgeving, wat je ziet als je naar buiten kijkt, de geluiden van buiten, van je buren, de ventilatie, de akoestiek, de afwerkingen. Het heeft allemaal invloed op hoe je je ergens voelt.


✢ Maar ook de inrichting, de manier waarop je een ruimte gebruikt en inzet bepaalt hoe je je dingen doet en hoe je je beweegt in de ruimte. Het kan zelfs zo zijn dat als je je inrichting verandert, je je een totaal ander mens voelt. Ik heb bijvoorbeeld, in mijn huis, een zomer- en een winteropstelling. Ik wissel deze inrichting af naargelang hoe lang of hoe kort het licht is buiten.


✢ In het gebouw, in die inrichting heb je nog de spullen die je om je heen verzamelt. Vaak gebeurt dit een beetje onbewust en zie je het vaak niet eens meer; een geboortekaartje dat al 2 maanden op het prikbord hangt, een magazine dat je nog steeds niet gelezen hebt, een jas die je nooit meer draagt. Spullen hebben invloed hoe je je voelt en het is wijs om er eens bewust naar te kijken en op te ruimen wat je niet blij maakt. Zoals Marie Kondo zegt; “discard everything that does not spark joy”.


✢ Echter de bepalende factor is toch wel hoe je omgaat met je ruimte. De hoeveelheid zooi op je bureau maakt of je je een opgeruimd of een slordig persoon voelt. De verse bloemen op de balie maken dat je medewerkers net iets gelukkiger en blijer aan het werk zijn dan wanneer zij op het werk komen en kopjes van de vorige dag naar de keuken moeten brengen.


Wat denk jij? Wanneer zouden de mensen die bijdragen aan jouw onderneming fijner werken??


35 keer bekeken